terug naar de homepage
Depressie.eu geeft informatie over orthomoleculaire en complementaire behandelingen van depressies.
De orthomoleculaire voedingsleer gaat uit van het gezond maken en houden van het menselijk lichaam door middel van een optimale aanvoer van voedingsstoffen in de vorm van volwaardige voeding samen met het gebruik van voedingssupplementen.
Complementaire behandelwijzen zijn therapiëen en behandelingen die aanvullend op de reguliere geneeskunde kunnen worden ingezet.
Gedragsstoornissen als gevolg van DHA tekort
Wanneer kinderen tijdens de eerste paar jaar van hun leven tekorten aan DHA (een omega-3 vetzuur) en andere essentiële vetzuren hadden, hebben zij in hun latere leven een verhoogde kans op het krijgen van ADHD, unipolaire depressie en tonen zij vaker agressie en vijandigheid. Bij een hoge inname van DHA verbetert bovendien de leerfunctie van de hersenen en andersom kan een tekort zorgen voor leerproblemen.
De hersenen bestaan voor een groot gedeelte uit vetzuren en van deze vetzuren bestaat weer een groot gedeelte uit het omega-3 vetzuur DHA (docosahexaeenzuur). Het lichaam kan zelf uit ALA (alfalinoleenzuur) DHA aanmaken, maar zelden in voldoende mate. Om die reden is het van belang om dit vetzuur ook direct met de voeding binnen te krijgen. DHA komt in grote hoeveelheden voor in vette vis en ook in biologisch vlees en eieren is dit vetzuur in een lage dosis te vinden.
Voldoende aanvoer van DHA voor het kind kan gewaarborgd worden door het zo lang mogelijk geven van borstvoeding. Moedermelk is een goede bron van DHA, maar wanneer de moeder onvoldoende omega-3 vetzuren, en in het bijzonder DHA, binnenkrijgt, zal de in de moedermelk aanwezige DHA onttrokken worden aan het lichaam van de moeder. Als gevolg hiervan heeft de moeder dan weer een sterk vergrote kans op een postnatale depressie. Het is voor moeders dan ook aan te raden om voldoende omega-3 vetzuren binnen te krijgen. Dit kan door het eten van vette vis en/of door het innemen van visoliecapsules.
september 1999